Hij hangt in de hoek van het rookhok, onderuitgezakt. De muren houden hem overeind. Nu ik weet dat hij er nog is wandel ik voor 1 minuut gerustgesteld de danszaal in. Maar dan bedenk ik me alweer dat hij elk moment ongezien weg kan gaan zo. Ik spreek met mezelf: ‘Nou en? Dan weet je dus dat hij je niet wil. Dat weet je trouwens toch al. Dus ga je eigen energie maar maar weer terugvinden. Heb je er al bij stilgestaan of je hém eigenlijk nog wilt?’ ‘Mm. Ik kan er zo voor zorgen dat ik hem wil. En bovendien is het niet zo duidelijk dat hij mij niet wil. Hij komt steeds weer hier in de buurt dansen en pakt me op onverwachtse momenten halfslachtig intiem vast.’ Zo dans ik zoekend en leeglopend verder. Niet te stoppen dit. Als hij weer binnenkomst voel ik me zowaar gerústgesteld dat hij in de ruimte is. Twee enkelingen binnen nu. Is het weer zo ver?
Ergens besluit ik naar huis te gaan. Quasi toevallig komt hij net naar buiten als ik mijn jas aan heb. Ik vlieg hem dus maar om zijn hals en zoen hem tot de volgende keer. Ik zou hier kunnen blijven. In die nek, in die sfeer, in die rust, in die ogen, in die verlegenheid, in die eenzaamheid, in die initiatiefloosheid. Ik ben er 1 seconde en ruk me los, de nacht in. Wat niet voor mij is moet ik laten. Ik zou nog gaan geloven dat ik niet iets anders verdien.
Geef een reactie
Reageren?
RSS met reacties TrackBack identificatie URI
